De speeltuin in het overgangsdorp (Oekraïne)

Charkov, Kramatorsk en Svyatohirsk, Oekraïne, april 2015

Een gebogen grootvader duwt zijn schommelende kleinzoon de lucht in tot die er geen zin meer in heeft. Enkele kinderen gebruiken het houten gestel van een schuifaf als het huis dat ze achtergelaten hebben. Terwijl een gewapende opzichter toekijkt, roken twee mannen een sigaret naast de onschuldige speeltuin in Transition City.

Het overgangsdorp. Mensen als water dat versast wordt.

Sergey Sheherbina – een afgestreken kaki pak, drie sterren op de schouder – legt uit dat deze tijdelijke opvangplaats half januari in een week tijd opgetrokken is door de Duitse overheid. Alles ziet er inderdaad gründlich uit in dit jonge dorp dat vormgegeven wordt door een 80-tal containers en 387 bewoners. “Onder hen 178 kinderen”, zegt Sergey. “Transition City is gebouwd om onderdak te bieden aan de meest kwetsbare IDPs.” Hij behoort zelf tot de Internally Displaced People, ofwel de vluchtelingen in eigen land, nadat hij en zijn vrouw de Krim moesten verlaten.

Meer dan een jaar na Maidan, dertien maanden na de Krim en een jaar na de eerste gevechten in het oosten van Oekraïne telt het land meer dan 1,2 miljoen ontheemden. Ze verblijven overal en nergens: bij gastgezinnen, in huurhuizen, appartementen, vakantiehuisjes of kloosters.

Zoals de 13-jarige Pavel, die in Kramatorsk een appartement van 90m² bewoont met zijn ouders, drie broers en drie zussen. Ze huizen op drie hoog in een blok van vijftien verdiepingen, achter een metalen deur, op een gang waar de vloertegeltjes opwippen. Hun bezit: zeven matrassen, vijf bedden, vier kasten, drie krukjes en een UNHCR-deken. “Ik mis mijn huis, het meer bij mijn huis, mijn twee honden. We konden er zwemmen en vissen. Hier mogen we niet meer buiten rondhangen van mama.” Ik vraag Pavel, die bokst en piano speelt, of hij denkt dat de oorlog zijn toekomst zal beïnvloeden. “Later, als ik groter ben, zal de oorlog wel weer voorbij zijn. Toch?”

Of zoals de 74-jarige Valentina, die met haar twee dochters en kleindochter in het klooster van Svyatohirsk slaapt. Samen met 410 andere vluchtelingen. Ook de vakantiehuisjes vlakbij, aan een rivieroever van waarop het zalig staren is naar het Russisch-orthodoxe bouwwerk, zijn allemaal ingepalmd door IDPs. “Ik ben vertrokken in de veronderstelling dat het enkele weken zou duren, ondertussen zit ik hier acht maanden. Ik ben geboren in een oorlog, blijkbaar zal ik sterven in een oorlog. Of ik veel hulp krijg? Ik wil geen hulp. Ik wil naar huis.”

Of zoals de 44-jarige Aleksander die samen met zijn vrouw Lena en zoon Dimitri (14) in een kamertje van vijf op drie woont in een pand waarvan niemand kan uitleggen wie nu net de eigenaar is. Ze betalen elke maand 7,5 euro aan ‘het collectief’ voor de elektriciteit en het water dat ze verbruiken. Op het tafeltje staan twee kookpotten, twee borden, een radiootje en negen rode en gele tulpen. Tussen de drie bedden drie draagzakken. Dimitri maakt zijn huiswerk vanop zijn ijzeren bed met een van de stoelen als bureau. “We zijn in Kramatorsk terechtgekomen omdat de enige bus die ons kon evacueren ons in Kramatorsk heeft afgezet.” Soms laat wanhoop zich in een enkel zinnetje vervatten.

In Transition City, aan de rand van Charkov, ontluiken de pas aangeplante boompjes langs de voetpaden. Zelfs de vuilbakken lijken op deze warme lentedag te bloeien. De kinderen in de speeltuin spelen, de twee rokende mannen hebben me niks te vertellen. De 35-jarige Aleksander die naast het speelpleintje rondhangt wel.

Hij heeft zes kinderen en is een van de gelukkigen die uit 2500 kandidaten gekozen is om voortaan een container van 24m² te bewonen. De living en de keuken zijn twee meter breed, net als de badkamer en de slaapkamer met twee stapelbedden. “De kinderen kunnen gratis naar school en worden soms opgepikt door vrijwilligers die spelletjes met hen spelen of naar het theater gaan.”

Hijzelf, een ontwerper en drukker, probeert af en toe wat te werken op de computer, er online klanten te zoeken. Zijn toekomst? Een diffuus gegeven. “Ik heb Poolse roots, ik probeer mijn familie naar Polen te krijgen. Terugkeren naar Loehansk is geen optie. Ons enige geluk: dat we op tijd vertrokken zijn om onze kinderen aan de gruwelen van de oorlog te onttrekken. In tegenstelling tot vele andere kinderen hebben ze, godzijdank, geen psychologische trauma’s opgelopen.”

Voor de kinderen van Aleksander heeft de speeltuin van Transition City zijn onschuld nog niet verloren.

(Met dank aan Caritas)

Advertenties

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s